Schrijven over klimmen
Enkele van de meest krachtige literatuur die ik ken gaat over klimmen. Juist omdat zij niet echt over klimmen gaat. Veel vaker is het resultaat van schrijven over klimmen echter een stuk minder interessant. De bladen staan vol met gortdroge opsommingen van feiten met een bloedeloze en zielloze lectuur tot gevolg. Fuck, het lijken wel boodschappenlijstjes! Hemingway zei ooit: “There are only three real sports; bull fighting, car racing and mountaineering.” Een uitspraak die natuurlijk doordrenkt is met het romantisch machismo waar Papa om bekend staat, maar wel degelijk aan een belangrijk punt raakt. Iedere klimmer kent het gevoel van being out there en dit vind je nu eenmaal niet in de sportschool. Zonder dit mystieke en soms donkere element zou klimmen gedegradeerd worden tot een potje mens erger je niet onder ambtenaren.
Hierover moeten we dus schrijven als we schrijven over klimmen. Over onze problematische verhouding tot dit mystieke element dat ons bij vlagen volledig in beslag neemt. Waar we altijd naar blijven verlangen, maar dat ons bij tijden ook met angst vervult. De angst voor wat er gebeurt als we ons er volledig aan overgeven. Als een totale, alles verzengende liefde die brand met een heftigheid die alle andere zaken waar ons leven tot dan toe om draaide flets en bleek doet afsteken. Een liefde die betekenis geeft aan het leven, maar haar ook bijna onmogelijk maakt. Een liefde waar we alles voor op zouden geven en die daardoor het gevaar in zich draagt aan haar ten onder te gaan. Echt leven is dreigen ten onder te gaan.
Makkelijk laat zich dit echter niet beschrijven Het raakt aan de drijfveren van het klimmen. Een spel van aantrekking en afstoting waar we soms voor wegvluchten, maar tegen beter weten in toch altijd weer naar terug keren. Natuurlijk is de vraag waarom we klimmen een enorm cliché. Een vraag waarop net zoveel antwoorden zijn als mensen waaraan je de vraag kunt stellen. Een vraag die zelden tot opmerkelijke inzichten leidt, maar des te vaker tot misselijkmakende kitsch. Onlangs nog in de documentaire Hemelbestormers over een expeditie naar de Cho Oyu waar de deelnemers bijna in tranen aan de camera vertelde over een mystieke bijna goddelijke ervaring op de top van een berg. Nu heb ik al op een aantal toppen mogen staan, maar deze ervaring heb ik godzijdank nog nooit meegemaakt. Kotsen moest ik ervan. Een beetje het gevoel dat me bekruipt bij het lezen van die walgelijke citaten van überkitsch schrijver Paulo Coelho die steeds maar weer op facebook op blijven duiken hoeveel mensen je ook ontvriend.
Iedere keer maar weer die verwijzing naar Hillary die op de vraag waarom hij de Everest had willen beklimmen “just because it’s there” had geantwoord. De man was gewoon doodmoe van de zoveelste achterlijke journalist die dezelfde infantiele vraag stelde. Niks geen diepere betekenis. Volgens dezelfde logica zou ik mijn leven ook kunnen wijden aan het aflopen van iedere godvergeten kilometer snelweg in Nederland (en dat zijn er veel), just because it’s there.
Het is wel een interessante vraag, maar zoals wel vaker met de vragen die er toe doen laat zij zich niet direct beantwoorden. Net zoals in goede literatuur die het niveau van Kluun, ik ben heel verdrietig over mijn zieke vrouw en daarom neuk ik zoveel mogelijk andere vrouwen, overstijgt dient show don’t tell hier het adagium te zijn.
Laten we prachtige verhalen schrijven over klimmen die niet gaan over het klimmen zelf en daardoor iets wezenlijk over het klimmen laten verschijnen. Niet zoals de meeste trip reports, oh god wat haat ik die term, die niet verder komen dan: de volgende lengte was voor Gerard en stiekem was ik daar wel blij mee want het zag er listig uit en ik weet niet of ik dit wel had durven voorklimmen. Verhalen waarin we een glimp opvangen van de weerbarstige innerlijke storm die achter de borstelige wenkbrauwen en geharde gezichten van noordwandmannen schuil gaat. Niets wil ik horen over links of recht in de zesde touwlengte. Vertel mij over de nietig makende existentiële ervaring van naaktheid en kwetsbaarheid die ons klimmers ten deel valt. Over de intimiteit die we vinden op desolate wanden. Over de verlossing die we zoeken in het leiden. Vertel mij deze verhalen en ik zal zelf ook een schamele poging doen om mijn eigen verhaal te vertellen.